Op het strand van San Juan Island, Washington, laat Allison Lance elk ochtend haar hond uit. Ze draagt een plastic tas waarin ze opgeraapte stukjes plastic afval verzamelt. Elke ochtend vult ze de tas, maar de volgende ochtend is er altijd weer voldoende nieuwe rommel om een hele tas te vullen. Joey Racano doet hetzelfde verder zuidelijk, in Californië op Huntington Beach. Het verzamelen van plastic afval houdt nooit op. De stranden van Allison van Joey, maar eigenlijk alle stranden ter wereld, zijn allemaal vervloekt. Onlangs heb ik in de Galapagos op een verlaten strand van het eiland Santa Cruz lege flessen motorolie en vuilniszakken weggehaald. Het zien drijven van plastic is elk jaar, tijdens het oversteken van de Stille, Atlantische en Indische Oceaan, een dagelijks ritueel geworden.
In het United Nations Environment Program rapport van juni 2006 wordt geschat dat er gemiddeld 46.000 stukken plastic per vierkante mijl aan de oppervlakte van de oceanen drijven.
We leven in een kant-en-klare plastic cultuur; praktisch elk mens op deze planeet gebruikt elke dag direct en indirect plastic materiaal. Onze baby’s beginnen hun leven op aarde met het jaarlijks verbruiken van ruim 100 miljoen kilo aan plastic luiers. We geven ze melk in plastic flesjes, plastic speelgoed en kopen hun voeding in plastic potjes die we betalen met een plastic creditcard. Zelfs voor het voorkomen van baby’s gebruiken we plastic: voor het gebruik van miljarden latex wegwerpcondooms en strips waar anticonceptiepillen inzitten.
Elk jaar eten en drinken we uit ongeveer 34 miljard nieuw geproduceerde flessen en verpakkingen. We steunen fastfoodrestaurants en kopen producten die nog eens ruim 5 miljoen kilo aan plastic vergen. In totaal produceert onze maatschappij elk jaar zo’n zestig miljard ton aan plastic materiaal.
Elk mens gebruikt op jaarbasis gemiddeld 100 kilo plastic: plastic flessen, fastfoodverpakking, meubels, injectiespuiten, computers, floppy’s, verpakkingsmateriaal, vuilniszakken en ga zo maar door. Als je dan bedenkt dat het meeste van dit plastic niet afbreekbaar is en voor altijd in onze ecosystemen blijft rondzwerven, dan kijken we opgeteld tegen een enorme hoop plastic afval aan die is opgebouwd vanaf halverwege de vorige eeuw.
Waar gaat dit afval naar toe? Er zijn maar drie plekken waar het naartoe kan: onze aarde, onze lucht en onze oceanen.
Al het plastic dat ooit is geproduceerd ligt begraven op stortterreinen, is verbrand of is gedumpt in meren, rivieren en oceanen. Als het wordt verbrand, verspreidt het plastic niet-afbreekbare vervuilende stoffen waarvan er veel onvermijdelijk als microscopische deeltjes in de zee-ecosystemen terechtkomen.
In 1991 lag mijn schip, de Sea Shepherd, voor anker in de haven van Port of Spain, Trinidad. Het begon te regenen, een langdurige stortregen. Enkele uren later was het oppervlak van het water in de haven vies wit, alsof een ijsschots deze tropische haven was binnengedreven. Deze ‘ijsschots’ bestond zo ver het oog reikte uit piepschuim, plastic flessen en andere plastic materiaal. Het spoelde met het regenwater vanuit straten, goten en stroompjes zo de haven in. Daarna stroomde het vanzelfsprekend richting open zee, verspreid door wind en getijde.
Wat gebeurt er daarna? Zon en zout breken het af in kleine bolletjes piepschuim en kleine stukjes plastic – stuk voor stuk verraderlijke, drijvende, dodelijke mijnen op drift in een oceaan vol leven.
En jarenlang drijven deze stukjes rond op zee. Veel van deze stukje plastic worden ingeslikt door vogels en vissen. Weken of maanden later liggen de slachtoffers te verrotten aan de oppervlakte van het water of op een strand. Opnieuw worden de stukjes plastic blootgesteld aan de zon en door de wind terug in zee geblazen. Deze kwaadaardige, kleine, niet-levende parasieten blijven verminken en doden tijdens een oneindige aanval op het leven in onze oceanen.
Het is simpelweg een feit dat als je een plastic bekertje op straat gooit, je meer schade aanricht dan wanneer je een staaf dynamiet in de oceaan gooit. Je zet een invasie van duizenden moordlustige stukje plastic in beweging die de komende eeuwen dood en verderf zullen zaaien.
Achttien miljard wegwerpluiers eindigen elk jaar in de oceanen; Amerikanen alleen al gooien elk uur 2,5 miljoen plastic flessen in zee. Onze oceanen zitten vol met drijvend plastic afval. Er is geen enkele plek in de oceanen waar een fijn sleepnet geen plastic afval ‘vangt’. Studies van kapitein Charles Moore en de Algalita Foundation laten zien dat zelfs in het midden van de Stille Oceaan het gewicht van de aanwezige plastic deeltjes groter is dan het aanwezige plankton, in een verhouding van zes tegen één. Vergelijkbare studies in de Atlantische Oceaan hebben dezelfde verhouding uitgewezen.
In de film Castaway vindt Tom Hanks - achtergelaten op een verlaten eiland in de Zuid-Pacific – een plastic zijkant van een verplaatsbare buiten-wc die was aangespoeld op het strand. De rotzooi ligt overal. Ik heb plastic flessen met Japanse, Chinese, Russische en Engelse opschriften gevonden die zelfs de meest verlaten stranden van de Aleutian Islands vervuilden. En toch geven we dit globale gevaar maar heel weinig aandacht. Het is uit het zicht van de op het land levende mensheid, dus uit onze gedachten. De enige industrie die bezorgd lijkt om de plasticvervuiling is de maritieme verzekeringsbusiness. De inname van plastic door koelsystemen van motoren is één van de meest voorkomende oorzaken van maritieme motorstoringen. Afgelopen jaar hebben Japanse verzekeringsmaatschappijen 50 miljoen dollar aan claims uitgekeerd voor schade ontstaan door plastic in motoren en schroeven.
Ook drijven in onze zeeën tienduizenden mijlen aan kunststof spooknetten en –lijnen. Schroeven van schepen, maar tevens de nekken van zeeleeuwen en schildpadden raken verstrikt in deze netten. De afgelopen jaren heeft mijn bemanning honderden drijvende kunststof netten uit zee gehaald. Ze bevatten allemaal de rottende lijken van vissen en vogels. Tijdens een goed gedocumenteerde strandschoonmaakactie in Orange County, Californië, verzamelden vrijwilligers 106 miljoen voorwerpen met een totaal gewicht van dertien ton. Het afval bestond uit voorgeproduceerde plastic pellets (dit zijn kunststof korrels die meestal als vulmateriaal worden gebruikt red.), schuimplastic en hardplastic; 99 procent van het verzamelde materiaal bestond uit plastic. De meest voorkomende voorwerpen die waren gevonden op de stranden van Orange County waren voorgeproduceerde plastic pellets, waarvan de meeste verloren zijn gegaan tijdens transporten. Ongeveer één biljard van deze korrels, ofwel 30 miljard kilo, wordt jaarlijks in Amerika geproduceerd. In de kranten lees je nooit over deze vervuiling en er is nergens ter wereld een organisatie die reageert op de plastic pelletsvervuiling.
De plastic producten die door toedoen van consumenten in de zee terechtkomen zijn minder dan dertig procent van het totale aantal plastic dat elk jaar in de oceanen wordt gedumpt. Het grootste gedeelte komt door de onbedoelde verspilling van kunststof pellets die door de petrochemische industrie worden geproduceerd voor het maken van producten voor consumenten, of die tijdens het afbraakproces van weggegooide producten in piepschuim delen of hard plastic deeltjes vrijkomen.
Plastic korrels raken geregeld kwijt tijdens het verschepings- en productieproces, waarbij ze uit zeecontainers vloeien of van vrachtwagens op de straten en in het afvoerwater terechtkomen.
Het verspillen van olie gebeurt elke dag in onze oceanen, grote vervuilingen vinden gemiddeld elke twee weken wel ergens in de maritieme ecosystemen plaats. Ondanks het feit dat deze olievervuiling een beruchte moordenaar is van zeedieren, beperkt haar dodelijke impact zich geografisch gezien tot een klein gebied. Bovendien neemt haar dodelijke impact af naarmate de tijd verstrijkt. De ramp met de Exxon Valdez bijvoorbeeld, was beperkt tot Alaska’s Prince William Sound en hoewel de gevolgen voor het milieu jarenlang voelbaar waren, is het ecosysteem zich langzaam aan het herstellen. Daarentegen is de andere petrochemische vervuiling in de vorm van plastic afval veel uitgebreider en permanent. Dit soort vervuiling is cumulatief. Deze vervuiling wordt nooit opgeruimd of afgebroken, maar stapelt zich voortdurend op.
Ik denk niet dat ik overdrijf wanneer ik zeg dat de vervuiling door de plastic pellets een zeer grote en ondergewaardeerde bedreiging vormt voor het leven op zee. De oceanen worden geplastificeerd. Deze bedreiging wordt elk jaar dodelijker naarmate de vervuiling toeneemt. De gevolgen van deze vervuiling leveren meer slachtoffers op dan jaarlijks alle olierampen ter wereld. Desondanks weten we maar heel weinig van dit probleem. Sterker nog, het publiek ziet de plastic vervuiling überhaupt niet als een probleem.
Plastic pellets vormen bovendien nog een bijkomende bedreiging. Ze werken als transporteurs van giftige chemicaliën. Veel van deze pellets bevatten polychloorbifenylen (pcb’s). Deze chemicaliën werden vaak gebruikt tijdens de productie van weekmakers voor de jaren ‘70.
De overdracht van PCB’s door ingeslikte pellets op vogels werd onomstotelijk bewezen en gedocumenteerd tijdens onderzoek van het vetweefsel bij grote pijlstormvogels (Puffinus gravis). Onderzoek heeft uitgewezen dat 75 procent van alle onderzochte pijlstormvogels plastic had ingeslikt.
Van de 312 soorten zeevogels is bekend dat 111 soorten, ofwel 36 procent, regelmatig per ongeluk plastic inslikken. In Hawaï slikken zestien van de achttien inheemse soorten zeevogels plastic in; 70 procent van dit plastic bestaat uit drijvende plastic pellets. In Alaska zijn zeevogels gevonden waarvan de maag volledig was gevuld met onverteerbaar plastic. Pinguïns op de Zuid-Afrikaanse stranden hebben te maken met een hoge jongensterfte doordat zij het plastic eten wat in het uitgebraakte voedsel van hun ouders zit. En 90 procent van de onderzochte blauwe stormvogelkuikens op het afgelegen eiland Marion in Zuid-Afrika had plastic partikels in hun maag.
Het is een wereldwijd probleem en voor zeevogels is er geen veilige plek. Voor de meeste mensen is de oceaan een groot toilet. De overtuiging is dat huisvuil, rioolwater en plastics zich verspreiden en worden verwijderd.
Jammer genoeg wordt niks echt ‘verwijderd’, het wordt simpelweg onophoudelijk gecirculeerd.
De oceanen hebben krachtige pulserende golfstromen, en deze golfstromen houden plastic afval constant in beweging. Als gevolg daarvan reist dit afval in wat ‘gyres’ worden genoemd. De gyre concentreert de rotzooi in gebieden waar stromingen bij elkaar komen. Voorbeeld: één van de grootste van deze bewegingen in de Atlantische Oceaan wordt de centrale gyre genoemd. Deze beweegt op cirkelvormige manier met de wijzers van de klok mee, voortbewogen door de Golfstroom. De centrale gyre verzamelt veel in de noordelijke Sargasso Zee, een plek waar veel vissoorten tot voortplanting komen.
Het aantal plastic partikels dat ronddrijft in de Sargasso Zee wordt geschat op meer dan 3500 deeltjes per vierkante kilometer. Dezelfde verhouding van 3500 deeltjes per vierkante kilometer trof men aan in de wateren voor de zuidelijke kusten van Afrika. Uit dit onderzoek bleek dat sinds 1989 de plastic vervuiling in Zuid-Afrikaanse wateren met 190 procent is toegenomen.
Vogels, schildpadden en vissen zien de piepkleine deeltjes aan voor viseitjes. Vuilniszakken en piepschuimdeeltjes worden regelmatig door zeeschildpadden gegeten. Een schildpad ziet een drijvende vuilniszak aan voor een kwal. Het plastic verstopt de ingewanden van de schildpadden, berooft de dieren van vitale voedingsstoffen en de hongersnood die volgt is oorzaak van onnoemlijk veel schildpadslachtoffers. Van Alle zeven soorten zeeschildpadden in de wereld sterven exemplaren door zowel het inslikken van plastic als het verstrikt raken in plastic. Een dode schildpad die werd gevonden bij Hawaï had meer dan duizend stukjes plastic in zijn maag en ingewanden. En onlangs werd een schildpad door Stephen Nordinger gered uit een rivier in Florida; het beest kon niet meer duiken omdat het piepschuim in zijn lijf ervoor zorgde dat hij continu bleef drijven.
De hoeveelheid plastic pellets die op stranden ligt, is onvoorstelbaar groot. In Nieuw Zeeland lag op één strand meer dan 100.000 pellets per vierkante meter. Het is niet vergezocht om te zeggen dat mensen letterlijk liggen te zonnebaden op plastic stranden. Ik ben met mijn schip midden in de oceaan gestopt en ik trof slippers, lege flessen zonnebrandolie, plastic Colaflessen, vuilniszakken en zelfs grote, drijvende industriële plastic afdekzeilen aan. Overal waar we monsters namen, troffen we ook plastic pellets aan.
Een tijd geleden zag ik, op de bodem van de Middellandse Zee voor de Franse kust, een plek die mij met afgrijzen vervulde. De hele bodem lag bezaait met plastic. Fessen en plastic tassen, zwierend op het ritme van het tij, vervingen zeegras en zeewier. Ik was vooral bedroefd door de aanblik van een visje dat achter een witte plastic zak vandaan schoot en in een gezonken autoband een schuilplaats zocht als reactie op mijn verschijning.
Terwijl ik een andere witte plastic zak opzij schoof, viel mijn oog op iets roods op de bodem. Ik trof een plastic gezicht aan die mij aanstaarde met een grote glimlach en twee enorme plastic oren. Het was het onthoofde hoofd van een Mickey Mouse-pop.
Buiten is de zee van plastic.