Sea Shepherd Nieuwsrss_icon_20

Afdrukken
maandag, 19 december 2011 21:38

Internationale reactie op misbruik rampenfonds Japan

Op 30 september 2011 kondigde de Japanse overheid aan dat ze het budget van het walvisvaartprogramma zou verhogen met bijna 600 procent, gebruikmakend van geld uit de fondsen die bedoeld waren om het land weer op te bouwen na de aardbeving en de tsunami. Dit wekte de woede van civiele organisaties in Japan en resulteerde in een officieel protest van meer dan 60 internationale organisaties.


Het volgende artikel is gepubliceerd op 16 december 2011 door Centro de Conservación Cetacea.
(opnieuw gepubliceerd met toestemming)

De 'wetenschappelijke walvisvangst' van Japan; veel meer dan walvissen

Whaling vessel

Op 7 december vertrokken drie schepen van de Japanse walvisvaartvloot, geleid door de Yushin Maru, uit de haven van Shimonoseki richting het walvisreservaat in de Zuidelijke Oceaan om 900 Antarctische dwergvinvissen en 50 beschermde gewone vinvissen te vangen onder het mom van ‘wetenschappelijk onderzoek’.

De specificaties van de vloot, het vaarschema en de operationele planning blijven een mysterie. De Japanse overheid vergoeilijkt deze geheimzinnigheid door veiligheidsredenen aan te halen. Echter, dit soort informatie zou openbaar moeten zijn aangezien walvissen een natuurlijk erfgoed zijn, die niet toebehoren aan de Japanse overheid.

 

Walvisvaartindustrie ontvangt geld uit rampenfonds ondanks crisis

Op 30 september schreef de Japanse pers dat haar overheid het jaarlijkse budget voor het walvisvaartprogramma in Antarctica met bijna 600 procent zou verhogen om de veiligheid van de vloot te verhogen. In 2010 werd het seizoen eerder beëindigd en keerde de vloot huiswaarts met minder dan 20 procent van het zelf opgelegde quotum, naar eigen zeggen omdat Sea Shepherd de veiligheid van de operatie in gevaar zou hebben gebracht. Om deze substantiële verhoging van het budget mogelijk te maken, kondigde de overheid aan publiek geld van de Japanse belastingbetaler te gebruiken dat oorspronkelijk bedoeld was om het land wederop te bouwen.

De aankondiging had meteen veel tegenstand tot gevolg uit de Japanse maatschappij. Meer dan tien organisaties, waaronder de Japanse Environmental Lawyers Federation, de Association for Protection of Marine Communities en het Whale Action Network, zonden een helder signaal aan de Japanse premier, Yoshihiko Noda, waarbij ze hun afkeur uitsproken over het gebruik van publiek geld dat bedoeld was om het land wederop te bouwen voor ‘het doen van wetenschappelijke walvisvaart in de Zuidelijke Oceaan volgens het oorspronkelijke plan’. De brief, die later bijgevallen werd door een tiental Latijns-Amerikaanse organisaties, waaronder het Cetacean Conservation Center en het Ecoceanos Center of Chile, stelt dat het gebruik van deze fondsen onvermijdelijke vragen oproept over de gevestigde belangen van de Japanse overheid aangaande het voort laten duren van ‘het uitstervende walvisvaartprogramma met belastinggeld’.

Functionarissen van de Japan Fisheries Agency (JFA) verloren geen tijd om de beslissing van de overheid te verdedigen door te stellen dat het geld ten goede zal komen aan de walvisvaartindustrie en sommige gemeenschappen die getroffen zijn door de aardbeving en de tsunami van afgelopen maart. Ze voegden er aan toe dat door terug te keren met een ‘vol ruim’ [walvissen] ze in staat zouden zijn het dorpje Ayukawa nieuw leven in te blazen, de enige plaats aan de oostkust van het Ojika schiereiland met één enkele walvisvaartbasis, die in maart vernietigd was. Echter, de fondsen die zijn aangevraagd door de JFA vermelden duidelijk dat de uiteindelijke bestemming ervan is ‘het versterken van de veiligheid van de walvisvaartvloot en het zorgen voor een deugdelijke operatie gedurende het seizoen in Antarctica’. Evenzo bewijzen de uitspraken van functionarissen van de JFA de werkelijke, commerciële reden van de zogenaamde ‘wetenschappelijke walvisvaart’ en bevestigen wederom de illegaliteit van deze operaties.

De Japanse samenleving reageerde direct op deze verontrustende uitspraken. Op 2 december drongen verscheidene organisaties er bij hun bestuurders op aan het gebruik van publieke fondsen voor het onderhouden van de walvisvaartindustrie te herzien, als een krachtig en overtuigend publiek gebaar van oppositie tegen het walvisvaartbeleid van de Japanse overheid. 

 ‘Wetenschappelijke walvisvaart’, strategie voor kolonisatie en militarisatie van Antarctica?

Na het verdrievoudigen van de overheidssubsidie en het zekerstellen van een nieuw ‘wetenschappelijk walvisvaart’ seizoen in Antarctica zei een vertegenwoordiger van de Japanse kustwacht in de media dat besloten was om ‘de veiligheidsmaatregelen als nooit te voren op te schroeven’ en de ‘beste bescherming ooit te zullen hebben’, wat ‘er toe zal leiden dat milieugroepen afgeschrikt worden’. Dit is inclusief de aanmonstering van een onbekend aantal kustwachtbeambten op de walvisvaartvloot, niet gespecificeerde veiligheidsapparatuur en zelfs een vaartuig van de JFA met op de zijkant in koeienletters het opschrift ‘overheid van Japan’. Dit is nog een duidelijk voorbeeld van de uitvoering van een agressief kolonisatiebeleid in de Antarctische wateren, dat nu de vorm aanneemt van een overheids-/zakelijke onderneming.

Het gebrek aan helderheid van de Japanse overheid over haar veiligheidsmaatregelen was één van de redenen tot bezorgdheid die door meer dan 60 Zuid-Amerikaanse, Caribische en internationale organisaties werden geuit in een brief die op 25 oktober naar hun belangenbehartigers (de Buenos Aires groep) van de Internationale Walviscommissie (IWC) gezonden werd. De Zuidelijke Oceaan wordt bestuurd onder het Antarctisch Verdrag, waarin het wordt aangeduid als een gebied van vrede, internationale samenwerking en als een gebied dat vrij van wapens is. Een walvisvaartprogramma dat niet eens de steun heeft van de Japanse samenleving brengt dit alles nu in gevaar. De oproep van de Zuid-Amerikaanse organisaties is verontrustend als men in aanmerking neemt dat het grootste gedeelte van het geld uit het wederopbouwfonds gebruikt zal worden om de veiligheid van de walvisvaartvloot te verhogen, en dat daarmee een gevaarlijk precedent wordt gezet voor toekomstige conflictbehandelingen in het gebied onder het Antarctisch Verdrag.

Dit aspect is echter volkomen genegeerd door overheden, waaronder landen met belangen in Antarctica. De Buenos Aires Groep gaf een gezamenlijke verklaring af na het vertrek van de vloot waarin ze de ‘wetenschappelijke walvisvaart’ veroordeelt en de Japanse overheid oproept de walvisvaart ‘in een reservaat dat door het IWC juist gesticht is om walvissen te beschermen’, te beëindigen.

Evenzo heeft geen enkele overheid de Japanse overheid tegengesproken en/of publiekelijk geëist om relevante informatie te geven over het type patrouillevaartuig, de ambtenaren of de specificaties van de beveiligingsapparaten die gebruikt zullen worden in de Zuidelijke Oceaan. Hoewel het IWC verschillende resoluties heeft aangenomen over veiligheid op zee, gebruikt de Japanse overheid ze om steun te verkrijgen voor haar aanstootgevende walvisvaart in Antarctica.

Terwijl overheden en maatschappelijke organisaties zwijgen over het gebruik van militair personeel en militaire eenheden in het gebied onder het Antarctisch Verdrag, gaat Japan verder met het invoeren van strategische maatregelen met als doel het tot zwijgen brengen van elke oppositie tegen hun walvisvaartactiviteiten om naar huis te kunnen keren met een ‘vol ruim [walvissen]’ om de commerciële walvisvaart nieuw leven in te blazen.Dit was overduidelijk toen de media afgelopen vrijdag aankondigden dat het Institute of Cetacean Research (ICR) en het walvisvaartkartel Kyodo Senpaku een rechtszaak aanspanden in een federale rechtbank in Washington (VS) met het doel Sea Shepherd te verhinderen deel te mogen nemen aan maritieme activiteiten. Het moet weer even onder de aandacht gebracht worden dat in 2009 de Verenigde Staten, een land dat de afgelopen jaren goedkeurend stond tegenover het Japanse walvisvaartbeleid, sympathiseerde met het idee actie te ondernemen tegen de milieuorganisatie mocht men overtredingen van de Amerikaanse wet constateren.

Sombere toekomst voor walvissen bij het witte continent

Terwijl de weerstand tegen ‘wetenschappelijke walvisvaart’ wereldwijd vrijwel unaniem is, hebben veroordelingen, rechtszaken en diplomatieke protesten totaal geen impact gehad op het weerzinwekkende walvisvaartbeleid van Japan in de Zuidelijke Oceaan.

Het ontbreken van concrete en effectieve maatregelen - inclusief, maar niet beperkt tot - het opleggen van handelsbarrières en het hervormen van het IWC-verdrag, heeft de Japanse overheid de mogelijkheid gegeven wettelijke en ethische grenzen te overschrijden die niet alleen de walvissen bedreigen, maar ook het beheer van de Zuidelijke Oceaan, de grondregels van het Antarctische Verdrag, de belangen van Zuid-Amerikaanse landen en de dringende behoeftes van het Japanse volk na de aardbeving, de tsunami en de nucleaire ramp.

Samenvattend kan geconcludeerd worden dat de drievoudige ramp van maart 2011 gebruikt is om een schandalig beleid in te voeren dat onder meer bestaat uit het wegsluizen van belastinggeld (dat oorspronkelijk bedoeld was om het land weer op te bouwen) naar de walvisvaartindustrie, daarbij Antarctica als een vredige en wapenvrije zone te schenden en het beperken of zelfs onthouden van basisrechten zoals ze door de Verenigde Naties worden erkend, zoals het recht op vreedzame demonstraties.

Onder andere de groeiende oppositie binnen Japan tegen het walvisvaartbeleid van haar overheid, de systematische daling in de consumptie van walvisvlees en de recente voorraad van meer dan zesduizend ton vlees geven duidelijk aan dat het werkelijke belang van de overheid niet bij de daadwerkelijke belangen en behoeftes van het Japanse volk ligt, maar bij het verdedigen van een kleine, maar machtige economische elite, die gelieerd is aan de visindustrie om haar heerschappij in de rijke wateren van de Zuidelijke Oceaan te versterken, als het moet zelfs met agressieve maatregelen.
In dit opzicht is er een dringende noodzaak voor landen op het zuidelijk halfrond, en in het bijzonder die landen met directe belangen en verantwoordelijkheden in Antarctica en gerelateerde ecosystemen, om een effectief, preventief beleid in te voeren om Japans provocerende walvisvaartbeleid een halt toe te roepen voor het te laat is.

Door: Elsa Cabrera, executive director Centro de Conservación Cetecea en Juan Carlos Cardenas, executive director, Centro Ecoceanos.

Bronnen: Courier Mail, Associated Press, Japan Real Time, Prensa Latina, Univisión Noticias, The Guardian, The Sydney Morning Herald, ABC News, La Región, M&C, Wikileaks, Ministerio de Relaciones Exteriores de Chile

 

Sea Shepherd Conservation Society welcomes your support. To learn how to
support our conservation work, please visit our donation page.

Sea Shepherd Nederland
Postbus 58055 -- 1040 HB Amsterdam
Info@seashepherd.nl -- Tel. Nr. +31 06 1259 3445
Kvk – nr. : 41158702

All contents copyright ©2012 Sea Shepherd Conservation Society
Hosting and other web services donated by EStreet
Sea Shepherd Belgium vzw
Postbus 65 - 1840 Londerzeel België
Info@seashepherd.be

Home     |     Site Map     |     Privacy     |     Copyricht     |     Contact