Drie industriële trawlers aangehouden in beschermd zeegebied Gabon
dinsdag, 21 Jul, 2026
maandag, 29 Jun, 2026
Afgelopen weekend hielden de Gabonese visserijautoriteiten, ondersteund door het Sea Shepherd-schip Age of Union, toezicht op de laatste Europese ringzegenvisser die nog in de Gabonese wateren viste, voordat dit schip en de andere schepen uit dezelfde vloot het Centraal-Afrikaanse land moesten verlaten.
Commentaar door Peter Hammarstedt
Jarenlang stelde Gabon dat zijn 19 jaar oude visserijovereenkomst (SFPA) met de Europese Unie fundamenteel ongelijkwaardig was. Het land ontving minder dan 8 procent van de uiteindelijke Europese marktwaarde van de gevangen tonijn. Nu beëindigt Gabon de overeenkomst.
Internationale media brengen dit vooral als Europa dat de toegang tot de Gabonese wateren verliest. Vanuit Afrikaans perspectief gaat het om iets anders: een land dat meer van de waarde van zijn eigen visserij zelf wil behouden. Het besluit past in een bredere ontwikkeling in Afrika. Steeds meer landen willen hogerop in de waardeketen door lokaal banen en industrie te creëren en grondstoffen in eigen land te verwerken, in plaats van de economische meerwaarde naar het buitenland te laten verdwijnen.
SFPA's zijn in essentie overeenkomsten waarbij Europese schepen tegen betaling toegang krijgen tot de wateren van Afrikaanse kust- en eilandstaten. De vangst wordt echter vaak elders aan land gebracht en verwerkt. Daardoor blijft een groot deel van de economische opbrengst buiten het land waar de vis wordt gevangen. Voor het mogen vangen van 32.000 ton tonijn betaalde de EU Gabon jaarlijks 2,6 miljoen euro. Europese vissersschepen betaalden daarnaast 80 euro per ton. Zelfs bij een voorzichtige marktwaarde van 70 tot 90 miljoen euro bedragen die betalingen minder dan 8 procent van de waarde van de tonijn. Het overgrote deel van de economische opbrengst komt daarmee terecht bij Franse en Spaanse bedrijven.
Gabon probeerde jarenlang meer tonijn in eigen land aan land te laten brengen en verwerken. Opeenvolgende regeringen investeerden in verwerkingscapaciteit en haveninfrastructuur, zodat meer van de opbrengsten in Gabon zouden blijven. Ondanks toezeggingen dat de aanvoer zou toenemen, gebeurde dat niet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Gabon inmiddels vraagtekens zet bij het woord 'partnerschap' in SFPA.
Ook elders in Afrika proberen landen meer waarde uit hun eigen grondstoffen te halen. Namibië en Botswana hervormden hun diamantindustrie door meer diamanten vóór export lokaal te laten slijpen en polijsten. Ghana en buurland Ivoorkust investeren al decennialang in de verwerking van cacao in eigen land, in plaats van alleen cacaobonen te exporteren. Nigeria was jarenlang een van Afrika's grootste olieproducenten, maar importeerde tegelijkertijd veel geraffineerde brandstof. De Dangote-raffinaderij heeft daar verandering in gebracht: meer Nigeriaanse olie kan nu lokaal worden geraffineerd en als product met een hogere waarde worden geëxporteerd.
Ook Gabon heeft laten zien dat deze aanpak werkt. In 2010 verbood het land de export van onbewerkte boomstammen en verplichtte het lokale verwerking. Daarna verdrievoudigde de werkgelegenheid in de houtsector en verviervoudigde de bijdrage aan het bbp. Voorstanders van de SFPA zullen zeggen dat minder streng gereguleerde buitenlandse vloten de plaats van de Europese schepen kunnen innemen. Maar dat is niet correct.
Het gaat er niet om de ene buitenlandse vloot door een andere te vervangen. Gabon wil eigen capaciteit opbouwen, het toezicht versterken en een groter deel van de opbrengsten van zijn tonijnvisserij in eigen land houden.
Tegelijkertijd blijven de Gabonese autoriteiten samen met Sea Shepherd patrouilleren in de Gabonese wateren. Sinds het begin van deze samenwerking zijn 13 vissersschepen aangehouden wegens illegale visserij. Dat is een duidelijke waarschuwing aan partijen die het vertrek van de Europese vloot als een kans zien. Toen Sea Shepherd in 2016 voor het eerst de Gabonese overheid hielp bij inspecties van Europese tonijnringzegenvaartuigen, vertelde een Franse kapitein dat hij al 17 jaar in Gabonese wateren viste zonder ooit te zijn gecontroleerd. Als Europese schepen hun vangst destijds verplicht in Gabon hadden moeten aanlanden, had iedere aanlanding bovendien een extra mogelijkheid voor inspectie geboden.
Nu ontstaat er ruimte voor de tonijnpopulaties in Gabon om te herstellen van jarenlange intensieve visserij. Sterk milieubeleid en blijvende handhaving kunnen de rijkdom van de Gabonese wateren herstellen en ervoor zorgen dat de toekomst zowel de bevolking van Gabon als het mariene ecosysteem ten goede komt.