Australië’s twee grootste supermarktketens stoppen verkoop krillolie
woensdag, 02 Sep, 2026
vrijdag, 14 Aug, 2026
Supertrawlers die op krill vissen – een klein kreeftachtig diertje dat een belangrijke voedselbron vormt voor walvissen, pinguïns en zeehonden op Antarctica – hebben voor het tweede jaar op rij de jaarlijkse vangstlimiet van 620.000 ton bereikt. Hierdoor is de visserij opnieuw automatisch gesloten en nemen de zorgen toe over overbevissing in een van de meest afgelegen en kwetsbare mariene ecosystemen ter wereld.
Commentaar door Peter Hammarstedt, Sea Shepherd Global Director of Campaigns.
De recordvangsten van de afgelopen twee jaar zijn onlosmakelijk verbonden met een omstreden besluit uit 2024 van de Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources (CCAMLR), de internationale organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer van de krillvisserij. CCAMLR liet toen regels vervallen die zestien jaar lang voorschreven dat de krillvangst over grotere gebieden moest worden verspreid, om te voorkomen dat de visserijdruk zich te sterk op één plek zou concentreren.
Sindsdien concentreren industriële supertrawlers hun visserij steeds meer in ecologische hotspots, waar zowel krill als foeragerende zeedieren in grote aantallen samenkomen. Volgens een CCAMLR-rapport dat door persbureau Associated Press werd ingezien, lag de visserijdruk in één zo’n hotspot vorig jaar bijna 60 procent hoger dan in voorgaande jaren.
Sea Shepherd volgt de vloot van supertrawlers inmiddels vier jaar terwijl deze krill wegvangt uit de traditionele voedselgebieden van gewone vinvissen en bultruggen, die grotendeels afhankelijk zijn van krill als voedselbron. De krill wordt onder meer verwerkt tot omega 3-supplementen, terwijl hiervoor volop plantaardige alternatieven beschikbaar zijn.
Het argument van ‘duurzaamheid’ houdt geen stand
De krillvisserij beweert al jaren ‘duurzaam’ te zijn. Daarbij wijst de sector op een geschatte krillbiomassa van 63 miljoen ton in Gebied 48 en stelt dat de vangstlimiet van 620.000 ton ‘slechts’ 1 procent daarvan bedraagt.
Maar dat argument gaat voorbij aan twee fundamentele feiten.
Ten eerste zijn de walvispopulaties rond Antarctica nog lang niet volledig hersteld van de verwoestende gevolgen van de commerciële walvisvaart. Hoewel sommige bultrugpopulaties zich sterk hebben hersteld sinds het wereldwijde moratorium op commerciële walvisvaart in 1986, liggen de aantallen blauwe vinvissen en gewone vinvissen nog altijd ver onder het niveau van vóór de walvisvaart. Naarmate deze populaties verder herstellen, zal ook hun behoefte aan krill toenemen, terwijl tegelijkertijd de industriële krillvisserij blijft groeien.
Als alleen al in het zuidwestelijke Atlantische deel van Antarctica de walvispopulaties terugkeren naar hun aantallen van vóór de walvisvaart, zou hun behoefte aan krill kunnen oplopen tot ongeveer 100 miljoen ton per jaar – veel meer dan de hoeveelheid krill die daar momenteel naar schatting beschikbaar is.
Ten tweede is de visserijdruk niet gelijkmatig verdeeld over Gebied 48, waar de krillbiomassa op 63 miljoen ton wordt geschat. Al tientallen jaren concentreert de visserij zich vooral rond het Antarctisch Schiereiland en de Zuidelijke Orkneyeilanden.
Tot het einde van het visseizoen van 2024 voorkwam een spreidingsmaatregel van CCAMLR dat de vangstlimiet van 620.000 ton te sterk op één plek werd geconcentreerd. Hoewel in heel Gebied 48 in totaal 620.000 ton mocht worden gevangen, bepaalden aanvullende limieten hoeveel daarvan uit elk van de vier deelgebieden mocht worden gehaald.
Toen CCAMLR er niet in slaagde deze maatregel te verlengen, bleef de vangstlimiet van 620.000 ton bestaan, maar verdwenen de regels die bepaalden hoe de vangst geografisch moest worden gespreid.
De gevolgen van industriële krillvisserij
Vorig seizoen waren de gevolgen direct zichtbaar. De vangstlimiet van 620.000 ton werd ruim voor het einde van het seizoen bereikt, omdat de visserij zich voor het eerst in zestien jaar volledig kon concentreren in veel kleinere gebieden waar walvissen, pinguïns en zeehonden samenkomen om te foerageren.
De supertrawlers vissen om dezelfde reden juist in deze gebieden: hier komt krill in de hoogste concentraties voor.
Het kwam dan ook voor zowel natuurbeschermers als de visserijsector niet als een verrassing dat de vangstlimiet dit jaar opnieuw vroegtijdig werd bereikt.
De krillindustrie pleit nu voor een bijna verdubbeling van de vangstlimiet en wijst daarbij op de snelheid waarmee de huidige limiet wordt bereikt. Maar de visserij sluit niet vroegtijdig omdat er een overvloed aan krill is. Ze sluit vroeg omdat een groeiende vloot van steeds efficiëntere supertrawlers sneller dan ooit krill wegvangt, terwijl de visserij zich steeds meer concentreert in kleinere, ecologisch kwetsbare gebieden die cruciale voedselgronden voor walvissen vormen.