Australië’s twee grootste supermarktketens stoppen verkoop krillolie
woensdag, 02 Sep, 2026
maandag, 10 Aug, 2026
Dit jaar hebben bijna alle grote krillsupertrawlers aangegeven mogelijk te willen gaan vissen in een deel van Antarctica waar sinds 1991 vrijwel geen commerciële krillvisserij heeft plaatsgevonden. Een van ’s werelds belangrijkste voedselgebieden voor bedreigde blauwe vinvissen, duizenden zeemijlen ten oosten van de traditionele krillvisgronden rond het Antarctisch Schiereiland, dreigt daarmee onder druk te komen staan.
Commentaar door Peter Hammarstedt, Director of Campaigns Sea Shepherd Global.
Dit jaar hebben bijna alle grote krillsupertrawlers aangegeven mogelijk te willen gaan vissen in een deel van Antarctica waar sinds 1991 vrijwel geen commerciële krillvisserij heeft plaatsgevonden. Een van ’s werelds belangrijkste voedselgebieden voor bedreigde blauwe vinvissen, duizenden zeemijlen ten oosten van de traditionele krillvisgronden rond het Antarctisch Schiereiland, dreigt daarmee onder druk te komen staan.
Volgens de regels van de Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources (CCAMLR), de internationale organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer van de visserij in de Zuidelijke Oceaan, moeten vissersschepen vooraf aangeven in welke gebieden zij het volgende seizoen op krill willen vissen.
De afgelopen decennia concentreerde de krillvisserij zich vrijwel volledig in het zuidwestelijke deel van de Atlantische Oceaan, met name rond het Antarctisch Schiereiland en de Zuidelijke Orkneyeilanden, in wat CCAMLR aanduidt als Gebied 48.
Tot het einde van het visseizoen van 2024 voorkwam CCAMLR-maatregel 51-07 dat de krillvangst in Gebied 48 zich te sterk op één locatie concentreerde. Hoewel de totale vangstlimiet 620.000 ton bedroeg, stelde de maatregel aanvullende grenzen aan hoeveel daarvan in elk van de vier deelgebieden mocht worden gevangen.
Helaas slaagde CCAMLR er niet in consensus te bereiken over verlenging van de maatregel, waardoor deze eind 2024 afliep. De totale vangstlimiet van 620.000 ton bleef bestaan, maar de regels voor de geografische spreiding van de vangst verdwenen.
De gevolgen waren direct zichtbaar. Voor het eerst kon de volledige vangst theoretisch worden binnengehaald in veel kleinere gebieden, juist daar waar grote aantallen walvissen, pinguïns en zeehonden samenkomen om te foerageren. Hierdoor nam de lokale visserijdruk sterk toe – precies wat de regels voor geografische spreiding moesten voorkomen. Tegelijkertijd werd de krillvisserij vorig seizoen ongekend vroeg gesloten, omdat de vangstlimiet van 620.000 ton al ruim voor het einde van het seizoen was bereikt.
Dat een groot deel van de industriële krillvloot nu de mogelijkheid openhoudt om de visserij oostwaarts uit te breiden naar de Indische Oceaan-sector van Antarctica, kan erop wijzen dat de sector zich voorbereidt op een toekomst waarin de vangstlimiet van 620.000 ton in Gebied 48 steeds eerder in het seizoen wordt bereikt.
Belangrijk is dat deze vangstlimiet van 620.000 ton uitsluitend geldt voor Gebied 48. Voor de gebieden 58.4.1 en 58.4.2, waar schepen nu eveneens hebben aangegeven mogelijk te willen vissen, gelden afzonderlijke vangstlimieten. Samen staan die momenteel een vangst van maximaal 892.000 ton toe.
Als daar op grote schaal krillvisserij op gang komt, zou dat niet alleen een enorme geografische uitbreiding betekenen van de moderne industriële krillvisserij naar een gebied dat al meer dan dertig jaar vrijwel niet commercieel wordt geëxploiteerd. In de praktijk zou het ook betekenen dat de hoeveelheid krill die de industrie mag vangen meer dan verdubbelt, zonder dat de vangstlimiet voor Gebied 48 hoeft te worden verhoogd. In plaats van consensus te moeten bereiken over hogere vangstlimieten in de streng gecontroleerde wateren rond het Antarctisch Schiereiland, zou de industrie hetzelfde resultaat kunnen bereiken door simpelweg uit te wijken naar een veel minder onderzocht, maar ecologisch even belangrijk gebied in Oost-Antarctica.
Waar het Antarctisch Schiereiland een cruciaal voedselgebied vormt voor gewone vinvissen, is Oost-Antarctica een van ’s werelds belangrijkste voedselgebieden voor blauwe vinvissen – de grote walvissoort die zich sinds het einde van de commerciële walvisvaart het langzaamst heeft hersteld.